Een van de mededaders, J., - toen al een bons, kwam begin jaren negentig samen met vrouwlief op audiëntie in ons kraakpand de Gaten. Hij en het blondje kwamen om mij ertoe te bewegen me toch vooral eens anders te gaan kleden. Ja, ik was een gerespecteerd lid van de beweging, en nee, niemand had zich vergist, maar het zou toch maar zo eens kunnen dat een onbekende mij zou aanzien voor een nazi-skin. U moet weten, mijn enige criterium bestond eruit dat mijn kledij zo comfortabel mogelijk moest zijn en zo min mogelijk tekst of propaganda diende te bevatten. Zo liep ik in een rode Nike trainingsbroek (slechts een heel klein merkje), droeg ik egaal gekleurde shirts en truien, mijn gympen bleken naderhand ook al van het merk Nike te zijn en mijn jas was zo een groen bomberjack, zonder opschrift of opnaaisel. Dat ik niet een hanenkam had maar een kaalgeschoren schedel maakte het beeld van een potentiële nazi compleet. En dan vergeet ik nog mijn veel te helder blauwe ogen te noemen... Of ik dus maar zo vriendelijk wilde zijn een beetje rekening te houden met de diverse gevoeligheden in de hoofdstedelijke kraak-scene en mijn kledij zou aanpassen. Niet politiek (actief) genoeg worden geacht is één ding, maar je niet als de heren en dames kraker kleden, dat ging absoluut te ver, zo vatte ik in gedachten de boodschap samen. Ik dankte voor de diplomatie maar wees gehoorzamen beleefd, zij het resoluut en categorisch, van de hand. Ik verklaarde mijzelf trots een anarchist en dacht er verder het mijne van. Niet zo heel lang voor deze diplomatieke missie, - uniek in krakerskringen, meestal kotst het mensen publiekelijk uit teneinde ze Kalt zu stellen...maar goed, niet zolang daarvoor dus was Yoghurt op een avond geheel ontdaan thuis gekomen. Hij was juist door een junk beroofd van zijn Sony walkman met megagrote koptelefoon. Ik denk dat de tobberige blik in zijn ogen meer door de walkman dan door de beroving an sich veroorzaakt werd. Net als ik, hield Yoghurt van een stevige deun die in zo goed mogelijke kwaliteit tot je moet komen. Natuurlijk is het in de binnenstad rondlopen met een Sennheiser of Sony koptelefoon welhaast een vorm van uitlokking te noemen, maar juist punks waren tot dan toe eigenlijk altijd gevrijwaard van de berovingen die dagelijks om ons heen op straat plaatshadden. Krakers hebben geen cent te makken, dus beroven heeft geen zin, leek de opvatting onder de Amsterdamse junks te zijn. Bovendien bewogen we ons vaak, net als hip-hoppers en skaters, in groepen (in packs zoals de engelsen dat heel mooi zeggen). Punks, daar bleef je met je lange dievenvingers van af. Zo niet bij Yoghurt, dus. Die was een Antilliaan tegengekomen op de Nieuwendijk, die schijt had aan de ongeschreven regels van de binnenstad en deze junk zette Yoghurt doodleuk een mes op de keel. U moet zich voorstellen;- Ventje van achttien, grote hanenkam, broodmager, nerd-brilletje op, grote legerkisten en een leren jas met achterop in witte letters geschilderd even geduld aub. Er moest dus iets gebeuren en snel ook. Samen met Arnold, een andere bewoner van ons pand, zochten we rap wat stukken hout bij elkaar die zouden dienen als knuppels. Hoewel geen van ons ooit in het echt een vechtpartij had uitgeknokt (vechtpartijen met politie en ME buiten beschouwing latend) waren we er van overtuigd dat we er achteraan moesten om het gestolene terug te krijgen. En inderdaad, een kleine achthonderd meter verder op de Nieuwendijk kwamen we de junk in kwestie tegen die we behoedzaam naderden. Behoedzaam, dat wel. We sloten hem in, maar omdat we alledrie zo nerveus waren zei niemand van ons wat we nu eigenlijk precies van onze junk wilden. Nouja, om te beginnen die koptelefoon om zijn nek en de bijbehorende walkman. Natuurlijk, hij had Yoghurt kunnen herkennen en dus kunnen raden, maar je zult junks de kost moeten geven die hun slachtoffer van zojuist al niet meer herkennen... Er was dus alleen maar stilte. Geen andere mensen op straat. Stilte en de gejaagde blik in de ogen van de junk die zich onverwachts door drie zwijgende punks in een hoek gedreven zag. Het werd een diepe teleurstelling voor ons drieën. De junk links van me moet geroken hebben dat we niet wisten wat we aan het doen waren. Hij pakte een mes uit zijn jas en begon daar vervaarlijk mee te zwaaien. Hij riep ons iets toe dat ik me niet meer kan herinneren. Zijn ogen schoten van mij naar Arnold, naar Yoghurt. Toen zette hij zich met één been af en schoot in de richting van Arnold, die rechts voor mij stond, het mes voor zich uit houdend als was het een mini-lans. Arnold deinsde naar achteren, inderdaad niet wetend wat te doen. Zou ik alert gehandeld hebben, dan had ik mij met een simpele beweging plots in de rug van de junk bevonden en hem met een welgemikte dreun uit kunnen schakelen. Eitje... Maar ik zag Arnold. En naar hem toe bewegend dat mes. Ik zag ook dat Arnold zich geen houding wist te geven en bedacht me dat ik het evenmin wist. We hadden dan ook geen enkel plan. Vanuit een ooghoek zag ik tegenover me Yoghurt met eenzelfde peinzende blik naar Arnold kijken. En in die momenten van overweging trok de junk zich weer terug op zijn oude plek en maakte zich op voor een nieuwe uitval. Dat was niet nodig. Wij drieën keken elkaar een poosje intens aan en wisten toen dat we daar niet thuishoorden. We draaiden ons om en met de staart tussen de benen zijn we naar huis gelopen. Onderweg werd geen woord gesproken. En de hele weg terug naar huis bleef zich in mijn hoofd de vraag herhalen; wat als hij een pistool had getrokken? Wat dan? Maar de schaamte overheerste uiteindelijk en ik geloof niet dat we bij terugkeer thuis iemand hebben uitgelegd wat er was voorgevallen. Las en staalconstructie-talent Yoghurt richtte later een las en staalbedrijf op dat Yoghurt heette, ik ging filosofie studeren en begon een consultantbureautje dat luisterde naar de naam stoethaspel. En Arnold... Arnold kwam na lange Europese omzwervingen op het Trinity-college in Dublin terecht en ondernam een serieuze poging een filosofisch godsbewijs op schrift te stellen. U ziet, ik heb reden van deze mensen te houden. Zeventien jaar later is Yoghurt met een vriend in de stad, om inkopen te doen voor een kraamvisite, de volgende dag. Na een bezoek aan café the Minds besluiten ze om half elf eens een kijkje te nemen in Vrankrijk, ook aan het Spui, dat naar verluidt voor veel geld is verbouwd. Ze kwamen het halletje binnen, maar moesten vervolgens van de deurploeg het pand weer verlaten, de verbouwde kroeg kregen ze niet te zien. Naar Yoghurt beweert was diens hond de vermoedelijke reden dat ze weer buiten stonden. Hij belde opnieuw aan, om de tas met kraam-cadeautjes terug te vragen, die in de hal was blijven staan. Toen er niet gereageerd werd zette hij zijn schoenneus een paar keer met redelijke vaart tegen de deur en werd er open gedaan. Uit de deur stak een steigerpijp die Yoghurt voor op zijn schedel raakte, waarna het krak zei en Yoghurt plat ging. Vriend springt ertussen en krijgt nu ook klappen. In de tussentijd komt een ander deel van de deurploeg via de nooduitgang naar buiten en valt de inmiddels weer op zijn benen staande Yoghurt in de rug aan met knuppels en andere feestartikelen. Yoghurt staat in totaal tot drie keer op na tegen de grond te zijn geslagen. Van boven uit zijn raam keek de kraker J., die mij bijna twee decennia eerder van kledingadvies voorzag, naar het gebeuren en zag dat het goed was. Naar buiten gekomen boog hij zich over Yoghurt, maar toen deze niet bewoog schopte hij diens vriend H. maar verder in elkaar, hoewel ook deze reeds gevloerd was. Mijn oma had een licht afwijkend recept maar zo, zó maken echte kerels dus moes. De daders zijn Vrankrijk binnen gegaan, hebben de tas met kraamartikelen buiten gezet en de deur gebarricadeerd. De politie zette het gebied rond de bar Vrankrijk af. Mensen die binnen waren werd door het barpersoneel verteld dat ze niet naar buiten konden, zolang de afzetting duurde, omdat een proefkonijn dat naar buiten gestuurd was zich had moeten legitimeren bij de politie. Yoghurt werd met de ambulance afgevoerd naar de IC, zijn vriend gearresteerd omdat hij zich als enige nog buiten op straat bevond... Opdien-tip: Koud serveren in een rolstoel, met mozaïek schedel en nauwelijks werkende oren. Evenwichtsorganen op een bedje van gehoorbeentjes, in een apart aardewerken schaaltje. Stuk gemaakt knietje, ter garnering, prent één mooie afdruk van een steigerpijp, als herinnering en verhoging van de sfeer in het voorhoofd. Overgieten met een saus van hersenvocht dat achteruit de schedel is komen lekken, om het geheel een echt mannelijk tintje te geven. Ik dronk er een goedkope rode Don Luciano-wijn bij. Ik raad u aan iets beters te kiezen. Eet smakelijk en vergeet niet, U bent altijd welkom in het gezellige krakerscafé Vrankrijk. |