In zijn laatste boek neemt Bouazza de rol op zich van vele vogels, en dan blijkt hij niet alleen een witte, maar ook een zwarte raaf te zijn; eenzaam, verlaten, berooid en schuldig, geurend naar het graf en in afwachting van de strop. En hij is de duif, de gors en de leeuwerik die allen met hun eigen stem de schoonheid van de schepping bezingen. Maar bovenal is hij de spotvogel, begiftigd met het vermogen naar believen het beperkte repertoire van alle andere vogels naar zijn hand te zetten, en zo een enkelvoudig en grijs perspectief weg te toveren in een relativerende myriade van invalshoeken.
Spotvogel is het soort boek dat ik graag lees, met allerlei mysterieuze hints, raadselachtige aanwijzingen, en vragen waar maar geen antwoord op komt. Het is een droomachtig boek, doortrokken met een nevel van gekleurde herinneringen en dubbele betekenissen, waar weelderige stukken proza als herbruikbare decorstukken in opdoemen en weer verdwijnen. Continenten en locaties, vogels, verhalen en vertellers lopen naadloos in elkaar over en reflecteren elkaar voortdurend. De caleidoscoop van mogelijke betekenissen en interpretaties die op deze manier ontstaat, maakt van Spotvogel een weelderig doolhof, waar je in rond blijft lopen ver nadat je het boek hebt uitgelezen. Het boek beschrijft de gedoemde liefde tussen Marfisa en Noral. De schrijver vertelt hun tragische verhaal aan de hand van de brieven die de geliefden aan elkaar schreven. Dat is beslist geen eenvoudige taak: de verteller moet in meerdere opzichten van ver komen voordat hij zich in staat acht het verhaal van Marfisa en Noral aan de wereld prijs te geven. De schrijver zet het neer als een catharsis, een reiniging, en hij toont zich overduidelijk opgelucht dat het verhaal eindelijk uit zijn systeem is. De vraag op welke kernen van waarheid het verhaal van Noral en Marfisa is gebaseerd, blijft evenwel onbeantwoord. Ik vermoed dat de gemiddelde Nederlander, die qua taalfrivoliteiten weinig meer gewend is dan het Goeiemoggel! van zijn collega's, in eerste instantie de wenkbrauwen fronst over Bouazza's bloemrijk gebruik van onze taal. Hoe dan ook: de haast vanzelfsprekende wijze waarop Bouazza het Nederlands weet te commanderen, en het met zekere hand zelfs van nieuwe woorden en uitdrukkingen voorziet, is van een gedurfde, haast Nabokov-achtige allure, en dwingt een ongemeen respect af. Daarnaast besteedt Bouazza veel aandacht aan het beschrijven van zintuiglijke waarnemingen: hoe karakters en locaties er uitzien, is niet voldoende. De lezer krijgt zo breed mogelijk voorgeschoteld hoe het klinkt, hoe het ruikt, hoe het smaakt, hoe het beweegt en hoe het aanvoelt. Bouazza doet dit allesbehalve klinisch; de gretige gulzigheid waarmee hij een maaltijd, of de naar moedermelk geurende Sephina beschrijft, doen je naar adem happen. Deze overweldigende verteltechniek, in combinatie met Bouazza's vermogen om de door hem gekozen symbolen in talrijke vernuftige permutaties te blijven herhalen totdat ze zijn opgezwollen van betekenis, maakt dat de wereld die hij op papier schept al snel in volle glorie tot leven komt en zich in vier dimensies uit de pagina's verheft. En dat is wat met name opvalt aan Spotvogel: dat rond de karakters en de locaties zo ontzettend veel massa en ruimte ontstaat. Twee dagen na lezing merk je dat er een haast tastbare wereld in je hoofd in het leven is geroepen. Een wereld waar je doorheen kunt lopen, waar je naar believen kunt schuiven en schaken met de personages, en waar je via dubbele wanden in weer andere interpretaties van hetzelfde verhaal kunt stappen --- een wonderlijke gewaarwording! Om op Nabokov terug te komen: ik moest bij lezing van Spotvogel een aantal keren sterk denken aan 'Lolita'. Nabokov weet zijn roman op bepaalde momenten subtiel uit de voegen te trekken zodat er door de naden en kieren van de wandpanelen ineens een andere betekenis binnen komt sijpelen. In de beschaduwde hoeken en gaten van 'Lolita' wordt de lezer een korte maar verwarrende glimp gegund op de achterkant der dingen en op de schijnwereld die hoofdfiguur Humbert Humbert blijkbaar voor zichzelf heeft geconstrueerd. Bouazza beschikt over exact dezelfde magie, en hanteert haar, naar mijn bescheiden mening, met meer flair en overtuigingskracht. Spotvogel behandelt een scala aan thema's. Zo drijft het met een duivels genoegen de spot met alle verwachtingen omtrent migrantenliteratuur. U wilt exotische locaties in Marokko? U krijgt exotische locaties in Marokko! Dat Gorthoem aan de Mirwadi op geen enkele Marokkaanse kaart te vinden is, mag de pret niet drukken. U wilt lezen dat Marokkanen alleen maar de hele dag in de zon zitten om zich vol te stoppen met honing, muntthee en hasj? U wilt lezen hoe wreed Islamitische vaders hun eerloze dochters bestraffen? U wilt, kortom, uw eigen wereldbeeld gereflecteerd zien? Geen probleem! De Spotvogel plakt de snor van Kader Abdollah op, en geeft een weergaloze imitatie ten beste. Spotvogel handelt over de onmogelijkheid van het ik om het ik te doorgronden, zoals de tong ook zichzelf nooit zal kunnen proeven. Gevangen in de kooi van wat Hofstadter een strange loop zou noemen, vliegt het ego in steeds kleiner wordende cirkels zijn eigen staart achterna, maar slaagt er nooit in dit proces te voltooien door geheel in zichzelf te verdwijnen. Met welke veren de schrijvende verteller zich ook tooit, altijd is er weer een andere tak in een andere boom te vinden van waaruit het vorige perspectief bezongen kan worden. Maar Spotvogel is bovenal een boek over liefde in al haar verschijningsvormen. Oude liefde, jonge liefde, moederliefde, zinnelijke liefde en kalverliefde. Liefde is harteloos en wreed, als zij met spottend gezang haar gevangenen begoochelt, en hen heimelijk naar een duister noodlot leidt. Liefde is teer en kwetsbaar, en zij lijkt zelfs voorgoed van de aardbodem te zijn weggevaagd zodra het intieme, vurige en subtiele beleven van twee onschuldige individuen door een stompzinnige kuddegeest dermate bruut wordt kapotgeslagen, dat zelfs de Spotvogel er een ogenblik door in verwarring wordt gebracht en zwijgt. Maar de liefde blijkt vooral vitaal, met een grote regeneratieve en transformerende kracht; een kostbaar kleinood dat, ondanks de vele scherpe vogelklauwen die haar al onachtzaam hebben behandeld, blijft schitteren en steeds opnieuw weer voor het grijpen ligt. Naast alle dorheid blijft de liefde voor eeuwig fris en groen als het gras. Wat moet ik er verder over zeggen? Bouazza heeft, haast nonchalant, een meesterstuk afgeleverd. Schaf dit prachtige meubel voor uw bovenkamer direct aan! Ook briljante schrijvers hebben gewoon geld nodig, dus waar wacht u nou op? Nog geen 17 euro, en het is een fijne hardcover uitvoering.
 Spotvogel Hafid Bouazza
|