Deze postume retenveerstekerij en onverholen zelffelicitatie steekt schril af bij het nieuwe-kleren-van-de-keizer-gevoel dat mij bij blootstelling aan figuren als Zeeman overvalt. Het torenhoge voetstuk waar deze man op is gezet, is symptomatisch voor het afgestompte intellectuele en creatieve klimaat in Nederland, dat alleen nog maar bestaat uit politiekcorrecte opinies die met veel geposeer over het voetlicht worden getild, en 't is ten hemel schreiend hoe dit schertsfiguur jarenlang als the real thing is aangeprezen.
De schijterige Nederlandse opiniemedia, opgetrokken uit het wrakhout dat van de bodems der hoofdstedelijke grachten wordt opgedregd, kijken namelijk met veel ontzag naar wat er in het buitenland allemaal voor spannends gebeurt, en durven alleen díe vaderlandse intellectuelen en kunstenaars aan te prijzen die in doen en laten het meeste lijken op wat in de rest van de Grote Wereld al lang en breed als proven concept is aanvaard.
Nee, onze vaderlandse kwaliteitsmedia zullen zich geen buil vallen aan een omstreden kunstwerk of mening; waarschijnlijk dé hoofdreden dat de meeste vaderlandse schrijvers met een dwarse mening in het buitenland zijn gaan wonen. Met uitzondering van Zeeman natuurlijk, die als correspondent in Rome neerstreek, maar nauwelijks een stuk heeft gepubliceerd dat zijn aanwezigheid in die stad rechtvaardigde. Maar het gaat dus om de vorm: echte intellectuelen wonen in een intellectuele stad, en ziet het er allemaal niet overtuigend en deftig uit? Nou dan!
Stephan Fry (een van de leukste intellectuelen die er op deze planeet rondlopen) heeft ooit een boek geschreven, The Liar, waarin een karakter voorkomt wiens houding ten opzichte van kennis mij altijd erg aan Zeeman doet denken. Adrian Healey, want zo heet dit karakter, zet zichzelf neer als een sprankelende Oscar Wilde, maar liegt en bedriegt de hele boel bij elkaar. Echter, halverwege het boek wordt hij door zijn professor, die hem op plagiaat betrapt, op de volgende analyse getrakteerd:
'My first meeting with you only confirmed what I first suspected. You are a fraud, a charlatan and a shyster. […] You write with a fluency and conviction, you talk with authority and control. A complex idea here, an abstract proposition there, you juggle with them, play with them, seduce them. There is no movement from doubt to comprehension, no breaking down, no questioning, no excitement. You try to persuade others, never yourself. You recognise patterns, but you rearrange them where you should analyse them. In short, you do not think. You have never thought. You have never said to me anything that you believe to be true, only things which sound true and perhaps even thought to be true: things that, for the moment, are in character with whatever persona you have adopted for the afternoon. You cheat, you short-cut, you lie.'
Zeeman was een psychopaat en een oplichter die zijn hele leven geprobeerd heeft voor "intellectuele wereldburger" door te gaan. Zijn denkkracht heeft nooit gelijke tred kunnen houden met de belezenheid die hij zich onrechtmatig heeft toegeëigend: de man heeft zich alleen de deftige opinies van anderen veroorloofd. Op eigen kracht kwam er weinig uit --- ja, zijn uit frustratie geboren agressie jegens vrouwen, zijn nauwkeurig ingestudeerde theatraliteit, en zijn tenenkrommende schrijfstijl. Hij kon niets wezenlijks van zichzelf op papier te zetten, omdat er in zijn geest, buiten zijn buitensporige ijdelheid en bewijsdrang, waarschijnlijk weinig aan adeldom te vinden was. O zeker, hij wist veel, en sprak zijn talen, en hij heeft tienduizenden boeken gelezen, tenminste, dat mag ik toch hopen als je al die moeite hebt genomen om ze te jatten. Maar Michael Zeeman was in het dagelijks leven met name een jaloerse en vileine etterbak die ooit zijn vrouw het ziekenhuis in sloeg, en daar is alles mee gezegd. Al lees je Shakespeare vanaf je zesde, of kun je Homerus in 48 talen declameren; als je als 't er op aankomt ertoe overgaat om in je hebzucht boeken te stelen in plaats van er voor te betalen, en om in kleingeestige onmacht je vrouw in elkaar te beuken in plaats van je furies te beheersen, en uit paranoïde ijdelheid stiekem mee te lezen in de e-mails van je collega's in plaats van in daadwerkelijke grootsheid het aardse gekonkel te laten voor wat het is, dan ben je een domme, bange klootzak, en niets meer.
On the whole acht ik mensen die uit een liedje van Frans Bauer de conclusie trekken dat het fijn is om lief voor elkaar te zijn en daar oprecht naar handelen, hoger dan Michael Zeeman. Iemand die met de wijsheid van de wereldliteratuur in zijn hoofd rondloopt, daar op hoge toon van opgeeft, maar vervolgens geen enkele moeite neemt om ook maar iets van deze wijsheden te internaliseren en op zijn eigen functioneren toe te passen, daar veeg ik mijn reet mee af.
Ik heb dus een fles champagne ontkurkt op zijn verscheiden. Zeeman was een uitgesproken lul, en een zwarte vlek op het toch al weinig florissante aura van het mensdom. De Duivel hale hem. |